Zo verzorg je een ZZ-plant

Gepubliceerd: 9 september 20264 min lezen

Zo verzorg je een ZZ-plant

De ZZ-plant (Zamioculcas zamiifolia) staat bekend als de plant die je niet dood krijgt, en voor de verandering klopt die reputatie. Hij groeit uit dikke ondergrondse wortelstokken die water opslaan, zijn wasachtige bladeren verdampen nauwelijks vocht, en hij haalt zijn schouders op over donkere hoeken waar de meeste andere kamerplanten wegkwijnen. Dat maakt hem de ideale eerste plant, een makkelijke kantoorplant en een betrouwbare opvuller voor de donkere plekken in huis. De weinige ZZ-planten die wel doodgaan, sterven bijna altijd aan te veel liefde: te veel water, te vaak.

Licht

Een ZZ-plant verdraagt weinig licht beter dan bijna elke andere kamerplant, maar verdragen is iets anders dan floreren. In een schemerige gang houdt hij zijn blad maandenlang vast en groeit hij langzaam of helemaal niet. In helder, indirect licht maakt hij elke lente en zomer nieuwe stengels en blijft hij diep, glanzend groen.

  • Ideaal: een paar meter van een raam op het oosten of noorden, of naast een licht raam met vitrage.
  • Prima: een hoek van een kamer met daglicht maar zonder directe zon.
  • Vermijd: urenlang directe middagzon, die de blaadjes verbrandt en bleke, papierachtige plekken achterlaat.

Close-up van glanzende ZZ-plantbladeren in een terracotta pot.

Water geven

Dit is het deel dat ertoe doet. De wortelstokken onder de grond werken als kleine watertanks, dus de plant is gebouwd om droge periodes door te komen. Geef water als de grond bijna tot onderin droog is, niet alleen aan de oppervlakte. Giet dan flink door tot het water uit de afwateringsgaten loopt en gooi het schoteltje leeg.

Hoe vaak dat is, hangt af van licht, temperatuur en potmaat:

  • In helder licht in lente en zomer: ongeveer elke twee tot drie weken.
  • Bij minder licht of in de winter: elke vier tot zes weken is normaal.

Twijfel je, wacht dan. Een ZZ-plant die een week te laat water krijgt, ziet er precies hetzelfde uit. Een ZZ-plant die een maand nat heeft gestaan, is op weg naar wortelrot.

Steek een houten satéprikker of je vinger diep in de pot voordat je water geeft. Komt hij koel of met aanklevende grond naar boven, dan heeft de plant nog geen water nodig.

Grond en pot

Gebruik een goed doorlatend mengsel. Gewone potgrond met een flinke hand perliet, puimsteen of grof zand werkt goed, en kant-en-klare cactus- en vetplantengrond is ook prima. Wat je ook kiest, de pot moet afwateringsgaten hebben.

Temperatuur en luchtvochtigheid

Normale kamertemperaturen zijn perfect voor een ZZ-plant. Hij voelt zich thuis tussen 18 en 26 graden en verdraagt korte dips tot ongeveer 10 graden, al stopt hij met groeien onder de 15. Gewone luchtvochtigheid binnenshuis is genoeg. Nevelen is niet nodig.

Voeding

Een ZZ-plant is een lichte eter. Geef in lente en zomer eens per maand een gebalanceerde vloeibare kamerplantenvoeding op halve sterkte en stop helemaal van de herfst tot de dagen weer lengen.

Verpotten

Verpot elke twee tot drie jaar, of zodra de wortelstokken tegen de potwand beginnen te duwen.

  1. Geef een dag of twee van tevoren water, dan glijdt de kluit makkelijker uit de pot.
  2. Kies een pot die maar één maat groter is, met afwateringsgaten.
  3. Maak de kluit voorzichtig los en verwijder papperige of donkere wortelstokken.
  4. Zet de plant op dezelfde diepte als eerst in vers, goed doorlatend mengsel.
  5. Wacht een week met water geven, zodat beschadigde wortels kunnen helen.

Handen die een ZZ-plant verpotten, met de dikke wortelstokken zichtbaar.

Stekken

Scheuren is de makkelijke weg: haal bij het verpotten een pol wortelstokken met eigen stengels los en zet die apart in een pot. Stengel- en bladstekken wortelen ook in water of vochtige grond, maar een bladstek kan bijna een jaar nodig hebben om op een plant te lijken.

Veelvoorkomende problemen

  • Gele, zachte stengels onderaan: te veel water. Haal de plant uit de pot, snijd rotte wortelstokken weg, laat hem een paar dagen drogen en verpot in vers, droog mengsel.
  • Gerimpelde of hangende stengels: de reserves zijn eindelijk op. Eén flinke gietbeurt en hij staat binnen een paar dagen weer strak.
  • Bleke of verbrande blaadjes: te veel directe zon. Zet hem wat verder van het raam.
  • Trage of geen groei: normaal in de winter en bij weinig licht. In de zomer op een lichte plek zit de plant waarschijnlijk te krap of heeft hij honger.

Even over veiligheid

Alle delen van de ZZ-plant bevatten calciumoxalaatkristallen, die mond en maag irriteren bij kauwen. Houd hem buiten bereik van nieuwsgierige huisdieren en kleine kinderen.

Geef een ZZ-plant fatsoenlijk licht, een pot die afwatert en een gieter die je maar af en toe pakt, en hij ziet er jarenlang goed uit met bijna geen aandacht.